Beschermde natuur opheffen als oplossing voor stikstofcrisis kan niet, blijkt uit onderzoek

Beschermde natuur opheffen als oplossing voor stikstofcrisis kan niet, blijkt uit onderzoek

Kan het schrappen van beschermde natuur een uitweg bieden uit de stikstofcrisis? VVD en CDA wilden dat minister Schouten het liet onderzoeken. Uitkomst: kansloze zaak.

Er is geen enkel Natura 2000-gebied dat voldoet aan de voorwaarden om voor doorhaling in aanmerking te komen. Dat staat in vertrouwelijke conceptconclusies van Arcadis, dat in opdracht van minister Carola Schouten onderzoek deed naar het schrappen van natuurgebieden. Het document is in handen van EenVandaag.

Uitweg uit stikstofimpasse

Oud-voorzitter Marc Calon van landbouworganisatie LTO gooide vorig jaar zomer de knuppel in het hoenderhok. De aanwijzing van 161 beschermde natuurgebieden ruim 15 jaar geleden was in zijn ogen een vergissing met een verlammende werking op de Nederlandse economie. Volgens Calon is niet alleen de uitstoot het probleem, maar moest ook eens kritisch worden gekeken naar de ligging van de Natura 2000-gebieden. “Ik stel de vraag: liggen die natuurgebieden wel goed? En moet die natuur alles bepalen wat wij nog mogen in Nederland?”

Calons oproep vond weerklank bij de VVD en het CDA in de Tweede Kamer. Vooral voor de VVD was het verlagen van de maximumsnelheid op de snelwegen naar 100 kilometer per uur – nodig om de stikstofuitstoot omlaag te brengen – een pijnlijk offer. De twee partijen vroegen minister Carola Schouten te onderzoeken of het schrappen van Natura2000-gebieden een uitweg kon bieden uit de stikstofimpasse.INFO

Stikstofcrisis

De stikstofcrisis ontstond toen de Raad van State op 29 mei 2019 een streep zette door het Nederlandse stikstofbeleid. Volgens de hoogste bestuursrechter had de overheid te eenzijdig gefocust op het afgeven van vergunningen. Daarbij had de overheid gefaald bij de bescherming van kwetsbare natuur tegen de neerslag van het schadelijke stikstof, dat onder meer wordt veroorzaakt door de landbouw, de industrie en het verkeer.

De impact van de uitspraak was groot: de BV Nederland viel stil, er kon geen vergunning meer worden afgegeven. Pas wanneer de uitstoot zou worden teruggeschroefd, zou er weer ruimte ontstaan voor nieuwe activiteiten.

Inventarisatie

Schouten had de Tweede Kamer vorig jaar oktober nog geschreven dat het wegstrepen van beschermde natuurgebieden helemaal geen optie was. “Er zijn op dit moment geen mogelijkheden om het aantal Natura 2000-gebieden in Nederland te verminderen”, schreef de minister in een brief aan de Tweede Kamer.

Toch gaf ze afgelopen voorjaar opdracht aan onderzoeksbureau Arcadis om te inventariseren welke van de 161 Natura 2000-gebieden zouden kunnen worden samengevoegd, of ontdaan van hun beschermde status.

‘Niet aan de orde’

De vertrouwelijke conceptconclusies laten weinig twijfel over de haalbaarheid van dat plan. In theorie, zo beschrijven de onderzoekers, kan het doorhalen van de beschermde status van een natuurgebied slechts onder twee voorwaarden: wanneer er bij de aanwijzing van een gebied wetenschappelijke of administratieve fouten zijn gemaakt óf wanneer een gebied er dermate slecht voor staat dat van herstel geen sprake meer is.

“Er zijn geen gebieden gevonden die aan één van deze doelen voldoen”, concludeert Arcadis. Schrappen is volgens het bureau dan ook ‘niet aan de orde’.

Herindelen ook geen optie

Arcadis bekeek ook een andere optie: is het mogelijk de beschermde natuur te herschikken, bijvoorbeeld door gebieden samen te voegen of door herindeling? Maar ook daarover is het bureau niet optimistisch: het kan slechts onder strikte voorwaarden, met toestemming van de Europese Commissie, en het is zeer onwaarschijnlijk dat die er komt.

Ook waarschuwen onderzoekers dat herindeling het probleem slechts zal verplaatsen. En voor het beoogde doel – het makkelijker afgeven van nieuwe vergunningen – helpt het ook niet.I

Nederland op 19de plek in Europa

Europese regels verplichten lidstaten om bedreigde plant- en diersoorten te beschermen. Alle landen moesten zelf gebieden in Brussel aanmelden die voor de status Natura2000 in aanmerking konden komen. In Nederland zijn dat bijvoorbeeld de Veluwe en de Waddenzee.

Met een aantal van 161 natuurgebieden loopt ons land in Europees verband niet bepaald voorop. En ook uitgedrukt in percentage van het totale land- en wateroppervlak (15 procent) bezet Nederland ‘slechts’ de 19e plek van alle 28 lidstaten. En qua bescherming van die gebieden hangen we onderaan de Europese ladder.

Niet de eerste keer

Geheel als een verrassing komen de uitkomsten niet. Veel juristen vonden de poging van het kabinet al weinig kansrijk. En het is ook niet voor het eerst dat het snijden in de beschermde status van natuurgebieden wordt onderzocht, en (vrijwel) kansloos wordt bevonden.

Ook is er eerder geprobeerd een natuurgebied het predikaat Natura 2000 te ontnemen. Zo wilde toenmalig staatssecretaris Henk Bleker in 2010 de Zuid-Hollandse Leenheerenpolder schrappen. Maar het Europees Hof floot hem terug, omdat er niet werd voldaan aan de voorwaarden. En ook premier Balkenende stootte zijn neus toen hij een jaar eerder bij de Europese Commissie had gepleit voor afzwakking van het Natura 2000-beleid, omdat het economische activiteiten in de weg zou zitten. Brussel wees zijn pleidooi resoluut van de hand.

Bron: Duurzaamheid en vernieuwing, auteur Jan Salden 21-8-2020

Eindrapport Adviescollege Remkes: op weg naar een geloofwaardig en integraal stikstofbeleid

Een tik op de vingers geeft het Adviescollege Remkes in zijn eindrapport. Het huidige stikstofbeleid om uit de stikstofimpasse te komen heeft nog steeds kenmerken van het oude beleid: een te beperkte ambitie en te veel onzekerheid over het behalen van de natuurdoelstellingen. Het Adviescollege adviseert een verregaande reductieopgave met resultaatverplichting, waarbij onder omstandigheden ook moet worden ingegrepen bij bestaande vergunningen.

Het is alweer een jaar geleden dat de Raad van State in haar uitspraak van 29 mei 2019 een streep zette door het Programma Aanpak Stikstof (PAS). De uitspraak was de aanleiding voor de stikstofcrisis waar Nederland tot op de dag van vandaag mee worstelt.

Voor het beteugelen van deze stikstofcrisis heeft de minister van LNV vorig jaar een Adviescollege ingesteld. Dit Adviescollege, met als voorzitter dhr. Remkes, heeft op maandag 8 juni zijn langverwachte eindadvies gepubliceerd. Het eindadvies geldt als sluitstuk voor het Adviescollege.

Hoofdopgaven: herstel van natuur en reductie van stikstofdepositie

Het doel van het stikstofbeleid is het bereiken van een gunstige staat van instandhouding voor alle Natura 2000-gebieden. Wat deze gunstige staat precies inhoudt is voor elk Natura 2000-gebied anders. Zo bestaat er een onderscheid tussen stikstofgevoelige gebieden en gebieden waar stikstof slechts een beperkte invloed heeft op de flora en fauna. Ter illustratie, heide en duinen zijn veelal gevoelig voor stikstof, terwijl de Waddenzee relatief weinig schade ondervindt van stikstof.

Voor deze doelstelling zal enerzijds de vitaliteit van de natuur moeten worden vergroot. Dit kan door herstel- en beheermaatregelen. Anderzijds, de stikstofemissie in Nederland zal moeten afnemen zodat ook de stikstof die landt in de natuurgebieden, de zogeheten stikstofdepositie, afneemt. Deze beide hoofdopgaven noemt het Adviescollege randvoorwaarden voor het duurzaam herstellen van de balans tussen natuur en economische ontwikkeling in Nederland.

Wettelijke verankering: resultaatverplichting voor het stikstofbeleid

Het Adviescollege adviseert het kabinet een nieuw programma op te stellen voor de integrale aanpak van de stikstofproblematiek: het Programma Nationale Natuurdoelstellingen (PNN). Het Programma kan met een wetswijziging worden verankerd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Ook kunnen in de Wnb de doelen van het nieuwe stikstofbeleid worden vastgelegd:

  • de reductie van stikstofemissies met 50% in alle sectoren in 2030 vergeleken met het peiljaar 2019;
  • in 2040 alle natuurgebieden onder de kritische depositiewaarde (KDW);
  • volledig herstelde natuurgebieden in 2050.

Om te verzekeren dat deze doelstellingen worden behaald zal in de Wnb een resultaatverplichting opgenomen moeten worden. Voor een streefreductie of vrijblijvende doelstelling is volgens het Adviescollege geen ruimte meer. Vanwege de urgentie zou deze resultaatverplichting voor 1 januari 2022 moeten zijn vastgelegd in de Wnb, waarna het bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet in de Omgevingswet kan worden opgenomen.

De provincies zijn verantwoordelijk voor de gebiedsgerichte aanpak voor de individuele Natura 2000-gebieden. De gebiedsgerichte aanpak kan via een provinciaal programma worden geïntegreerd in het PNN.

Drempelwaarde voor projecten

Onder het Programma Aanpak Stikstof bestonden twee drempelwaarden voor projecten die stikstofdepositie veroorzaken in Natura 2000-gebieden. Kort gezegd was een activiteit vergunningvrij onder 0,05 mol depositie per hectare per jaar en bestond een meldingsplicht voor activiteiten met minder dan 1 mol depositie per hectare per jaar. Deze drempelwaarden zijn vernietigd door de Raad van State in haar uitspraak van 29 mei 2019.

Vanwege de maatschappelijke druk en de wenselijkheid deze drempels weer in te voeren heeft het Adviescollege onderzocht onder welke voorwaarden dit mogelijk is. In samenhang met de voorgestelde reductieopgave ziet het Adviescollege ruimte voor nieuwe drempelwaarden. Dit maal niet gebaseerd op stikstofdepositie, maar op stikstofemissies. Door monitoring en metingen wordt verwacht dat de relaties tussen emissies en de effecten daarvan op natuurgebieden steeds duidelijk wordt. Hierdoor vormen emissies een beter aanknopingspunt voor een effectieve beoordeling van concrete initiatieven.

Vanuit juridisch oogpunt toch een interessant advies. Niet omdat een aanzet wordt gedaan voor nieuwe drempelwaarden voor projecten. Wel vanwege het uitgaan van emissies in plaats van depositie, terwijl op basis van de Europese Habitatrichtlijn niet van belang is hoeveel stikstof een project uitstoot, maar of het project negatieve gevolgen heeft voor een Natura 2000-gebied. Er is niet voor niets een gebiedsgerichte aanpak voorgesteld voor elk individueel Natura 2000-gebied. Juist vanwege de verscheidenheid van elk Natura 2000-gebied en de afstand van activiteiten die stikstof uitstoten tot elk Natura 2000-gebied. [1] We zijn dan ook benieuwd of de minister dit advies zal opvolgen.

Ingrijpen in bestaande vergunningen

Elke sector zal volgens het Adviescollege naar rato moeten bijdragen aan de reductieopgave. Hiervoor zal een tijdspad worden geformuleerd. Voor individuele bedrijven moet hierdoor duidelijk zijn wat van hen wordt verwacht, binnen welke termijn en wat de sancties zijn, indien niet aan deze reductieopgave wordt voldaan. Deze reductieopgave zal dus ook gelden voor individuele projecten en zal in nieuwe vergunningen worden opgenomen met gebruik van artikel 2.4 Wnb, waarin is geregeld dat GS de vergunninghouder kunnen verplichten volgens de gegeven voorschriften de activiteit uit te voeren en – gelet op de instandhoudingsdoelstellingen van het nabij gelegen Natura 2000-gebied – de nodige preventieve of herstelmaatregelen te treffen.

Daarnaast wijst het Adviescollege ook naar artikel 2.4 Wnb als instrument voor bestaande natuurvergunningen / Wnb vergunningen. In tegenstelling tot de resultaatverplichting van het PNN hoeft voor de aanpassing van bestaande vergunningen (lees: het stellen van reductievoorschriften) geen wettelijke grondslag te worden toegevoegd. Bij bestaande vergunningen wordt dit instrument nu nog weinig toegepast. Toepassing van artikel 2.4 Wnb staat immers op gespannen voet met het rechtszekerheidsbeginsel. Het Adviescollege lijkt nu aan te sturen op een actiever beleid met betrekking tot bestaande vergunningen en rechten. GS zullen eerder moeten ingrijpen wanneer blijkt dat een onherroepelijk vergunde activiteit een significante negatieve invloed heeft op het nabijgelegen Natura 2000-gebied. Ook wanneer deze negatieve invloed pas ontstaat doordat op termijn een bepaalde reductie van de stikstofuitstoot niet wordt bereikt. Dit heeft verregaande gevolgen voor bestaande vergunningen.

Afscheid van saldering, stikstofregistratie met afroming en uitruil stikstofemissies

Het Adviescollege is van oordeel dat op de lange termijn afscheid moet worden genomen van het huidige instrumentarium voor vergunningverlening. Daaronder begrepen intern en extern salderen, het stikstofregistratiesysteem en de uitruil van stikstofemissies. Het instrumentarium is immers strijdig met de hoofdlijn van het advies, namelijk een verstrekkende reductie van stikstofemissies. Voor de overgangsperiode kunnen deze instrumenten wel worden gebruikt door de provincies om de mogelijkheid open te houden voor nieuwe activiteiten een vergunning te verlenen.

Het vervolg

De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is nu aan zet. Zij zal binnenkort met een kabinetsreactie komen op de adviezen van het Adviescollege Remkes. We zijn benieuwd of de minister alle adviezen zal overnemen. Bijvoorbeeld de resultaatverplichting van 50% emissiereductie in 2030 en de aanpassing van bestaande vergunningen zijn adviezen die grote gevolgen zullen hebben voor de verschillende sectoren. Wij blijven de ontwikkelingen voor u nauwgezet volgen!

Door Ko Hamelink, Harald Wiersema en Victoria Rakovitch

Hoe natuurbescherming per vergunning wordt uitgehold

Wat hebben Jan ‘Parijs-Dakar’ de Rooy en vleesconcern Vion met elkaar gemeen?

Zij kregen dit voorjaar provinciale vergunningen om kwetsbare natuur te beschermen tegen schade die al is aangericht.

De Rooy legde een oprijlaan aan naar zijn landhuis in de bosrand van de Landschotse Heide nabij Westelbeers.

Vion bouwde in Boxtel nabij de Kampina een vleesverwerkingshal aan zijn slachterij die in capaciteit mocht verdubbelen naar 5,6 miljoen varkens per jaar.

Dit zijn twee geruchtmakende kwesties waarin laakbaar gedrag wordt getolereerd. Ten koste van twee prachtige natuurgebieden die zwaar onder druk staan terwijl zij volgens Europese regels horen te worden beschermd.

Als de Dakarrijder van weleer ging De Rooy te keer in het bos rond een aangekocht landhuis uit de jaren zestig dat tot dan toe in zekere harmonie met de natuur verkeerde. Zonder vergunning werden in 2019 rigoureus bomen gerooid om ruimte te maken voor een 869 meter lang stalen hek, een joekel van een oprijlaan en voor verdere verjubeling tot villapark.

Wat vroeger een bescheiden bospad was naar de woning Kromvensedijk 4 (foto onder), is inmiddels een brede oprijlaan met toegangshek (foto boven). Het bos werd verbouwd tot villapark.

De gemeente Oirschot deed lange tijd niets met herhaalde oproepen van lokale natuurbeschermers, verenigd in de Werkgroep Natuur en Landschap Oost-, West- en Middelbeers om De Rooy een halt toe te roepen.

Nadat het onheil hoog en breed was aangericht, kwam de gemeente zowaar in beweging. Daartoe op de huid gezeten door de bekende milieu-advocaat Rogier Hörchner die zich namens de natuurwerkgroep als een terriër in het natuurverbouwingsproject van De Rooy heeft vastgebeten.

Dwangbevelen

Tegen het hekwerk werd na een aanvankelijke vergunning alsnog opgetreden. De Rooy moet ook een schuur, een dierenverblijf op wielen, grondkabels en leidingen, lantaarns en een beveiligingscamera weghalen.

De Rooy vecht al deze dwangbevelen aan bij de rechtbank. Zolang zij onder de rechter zijn, hoeft hij niets af te breken. Nu de rechtsgang door de coronacrisis fors is vertraagd kan De Rooy zich achter zijn illegale palissade nog geruime tijd blijven manifesteren als de vrije jongen die boven de wet staat.

Zo gaat hij door met het illegaal oppompen van grondwater voor bevloeiing van zijn villatuin, ook al is de Landschotse Heide ernstig aan verdrogen.

Ook de oprijlaan is nu tot corpus delictum bestempeld. Daar krijgt De Rooy geen omgevingsvergunning voor. In vervolg hierop beveelt de gemeente hem met een dwangsom van maximaal 75.000 euro tot afbraak.

Schadelijk?

Belangrijk, zo niet doorslaggevend in dit laatste geval is de houding van de omgevingsdienst Brabant Noord, die de Brabantse natuur namens het provinciebestuur moet beschermen. Die geeft Oirschot geen toestemming om een omgevingsvergunning voor de oprijlaan af te geven. Deze afwijzing is overigens louter formeel: de gemeente leverde te weinig gegevens aan om te kunnen beoordelen of de natuur hierdoor wordt beschadigd.

Na de weigering van 14 april 2020 volgde op 14 mei – het is niet te geloven! – een natuurbeschermingsvergunning voor de oprijlaan.

Niet schadelijk

Ineens weet de omgevingsdienst zeker dat de natuur hierdoor niet noemenswaard wordt beschadigd. Dat voor de oprit bomen zijn gekapt en bosgrond is versteend, blijft buiten beschouwing. Wél vermeldt de natuurvergunning terloops dat nu de oprijlaan er al ligt, ‘de aanlegfase dus niet meer tot effecten op de natuur zal leiden’. Met deze open deur wuift de provincie illegaal handelen weg.

Door het gezwalk in overheidsland stijgen straks in de rechtszaal de kansen van Jan de Rooy voor behoud van zijn oprijlaan. De voormalige rallyrijder en transportondernemer heeft diepe zakken om door te procederen tot de overheid het opgeeft.

Vergunningsjungle Vion

Bij Vion in Boxtel is het natuurbelang verdwaald in een vergunningsjungle. Een veeg teken was al dat de gemeente Boxtel Vion een omgevingsvergunning gaf voor de vleesverwerkingshal zonder instemming van de provincie/omgevingsdienst. Vervolgens liet de provincie/omgevingsdienst het vleesconcern zonder natuurvergunning begaan met de bouw van deze hal.

De vleeshal naast de Vion-slachterij op het Boxtelse bedrijventerrein Ladonk: in aanbouw (boven, november 2019) en gerealiseerd (onder, juni 2020) .

Nu het gebouw overeind staat, valt het echter niet mee om een en ander achteraf kloppend te maken. Want de uitkomst van ingewikkelde berekeningsmodellen in de nieuwe natuurvergunning, die slechts voor specialisten te doorgronden zijn, wijkt af van de vergunning die Vion in 2015 kreeg voor productieverhoging. En die vergunning spoorde al niet met de uitbreidingsvergunning van 2010.

Gegoochel met cijfers

Eindresultaat van het gegoochel met cijfers is dat de Vion-slachterij in Boxtel die haar productie sinds 2010 verdubbelde en de natuur op papier inmiddels minder belast dan ooit te voren! Hoe is dat mogelijk?

Sinds de Raad van State in 2019 een streep haalde door het nationale stikstofbeleid, geldt een verbod op elke achteruitgang, hoe klein ook, van kwetsbare natuur die onder de stikstoflast aan het bezwijken is.

En dat betekent nogal wat. Zo werd de bouw van een complete woonwijk in Deventer onlangs geblokkeerd omdat de natuur hierdoor 0.03 mol aan stikstof voor de kiezen zou krijgen.

Ter vergelijking: de uitbreiding van Vion belast de Kampina met 0.06 mol per hectare aan stikstof, zo heeft de omgevingsdienst zelf becijferd. In 2010 was dat nog 0.155 mol en in 2015 kwam er 0.38 mol uit de bus. Met steeds weer de conclusie dat uitbreiding van Vion door kan gaan omdat de natuur niet zwaarder wordt belast.

Natuur wél zwaarder belast

Tot dusver kraaide daar geen haan naar, maar voor het eerst is nu de Brabantse Milieufederatie in het Vion-dossier gedoken. En stelt vast dat de omgevingsdienst 0.57 mol als norm had moeten nemen en daaruit de conclusie had moeten trekken dat het vleesbedrijf de natuur juist zwaarder belast met stikstof.

Als de BMF gelijk heeft en vervolgens ook krijgt, mag Vion alleen nog uitbreiden mits het vleesconcern ervoor zorgt dat de Kampina met stikstof wordt ontlast. Dat kan door een veehouderij in de directe omgeving van dit natuurreservaat uit te kopen.

In ieder geval moet de slachterij dan meebetalen aan vermindering van de hoeveelheid vee. Dat is (een beetje) snijden in eigen vlees, om vlees te mogen verwerken in een hal die er al staat!

Dat het om een reeds bestaand gebouw gaat, blijkt nergens uit. De nieuwe natuurvergunning houdt juist de schijn van het tegendeel op door Vion te verplichten binnen drie jaar aan de slag te gaan. ‘Mocht dit niet het geval zijn dan kunnen wij de vergunning intrekken’, wordt daar als loze waarschuwing aan toegevoegd.

Intrekken had de provincie volgens de BMF al kunnen doen in 2018 met de oude vergunning toen Vion de mogelijkheid daarin onbenut liet om een vleesrokerij en koelhuis te bouwen. Maar dat gebeurde niet.

Dat intrekking bij Vion in Boxtel nimmer heeft gespeeld, blijkt uit de vanzelfsprekendheid waarmee de omgevingsdienst vleesverwerking in de nieuwe natuurvergunning beschouwt als een verworven recht. Het gaat hier immers om ‘een gewijzigde uitvoering van een reeds vergund gebouw’.

De milieufederatie vindt dit een verkeerd uitgangspunt waarmee een hogere stikstofgroei van het vleesbedrijf wordt gemaskeerd.

De kwesties De Rooy en Vion laten zien dat zelfs in een vergunning die de natuur moet beschermen het materiële belang zwaarder weegt dan het natuurbelang.

Met de verzwakte natuur als sluitpost, wordt bovendien vrijbuitersgedrag van overheidswege beloond en aangemoedigd.

Dit zijn verkeerde ontwikkelingen in Brabants buiten. En die staan bepaald niet op zichzelf. 

Wordt vervolgd.

DOOR RON LODEWIJKS


https://www.beterinbrabant.nl/2020/06/08/hoe-natuurbescherming-per-vergunning-wordt-uitgehold/

Trouw: Ook de nieuwe stikstofaanpak maakt veel natuur weinig beter

Flinke delen van de Nederlandse natuur zullen in 2030 nog steeds overbelast zijn door stikstof. Vooral op de Veluwe blijft het stikstofoverschot bestaan. Dat blijkt uit een doorrekening van het RIVM van de nieuwe stikstofaanpak van het kabinet. Een jaar geleden, daags voor Hemelvaart, vernietigde de Raad van State in een verstrekkend vonnis de Programmatische Aanpak Stikstof, die Nederland hanteerde om te voldoen aan zijn Europese natuurbeschermingsverplichtingen. De maatregelen uit deze aanpak waren onbewezen en vrijblijvend, en daarom volgens de Raad van State ongeldig. Als gevolg van het vonnis kwamen allerlei economische activiteiten stil te liggen: geplande bouwprojecten konden niet doorgaan, veehouderijen mochten niet uitbreiden en de opening van vliegveld Lelystad werd uitgesteld.

Om deze ontwikkelingen ondanks hun stikstofuitstoot toch mogelijk te maken, kwam het kabinet met spoedmaatregelen: de maximumsnelheid op de snelweg ging omlaag naar 100 kilometer (zodat de uitstoot van stikstofoxiden uit uitlaatgassen vermindert) en boeren moeten hun vee ander voer geven, zodat de mest minder stikstof (in de vorm van ammoniak) bevat. De zo gereduceerde uitstoot mag nu elders ontstaan, bijvoorbeeld bij woningbouwprojecten.

Tegelijkertijd werkte het kabinet aan een nieuwe structurele aanpak van het teveel aan stikstof, dat ervoor zorgt dat de bodem verzuurt. Door deze toename van de verzuring verdwijnen de mineralen die planten en dieren nodig hebben en komt hun voortbestaan in gevaar.
In de onlangs gepresenteerde nieuwe stikstofaanpak stelt het kabinet dat de stikstofuitstoot in Nederland tussen nu en 2030 met 26 procent moet verminderen. Dit leidt echter niet tot florerende natuur in Nederland in 2030. Uit een situatieschets die het RIVM heeft gemaakt, blijkt dat de Veluwe ook dan overbelast is door stikstof. In enkele  natuurgebieden in Brabant en in Overijssel worden de kritische normen voor stikstof in 2030 zelfs nog fors overschreden.

Dat is het gevolg van de gekozen strategie van het kabinet: de regering wil ervoor zorgen dat op de helft van de stikstofgevoelige hectares de norm niet meer wordt overschreden. Het gaat daarbij echter niet om natuurgebieden in hun geheel, maar om kleine stukjes, die opgeteld de helft van het totaal vormen.
Een van de manieren om de verbetering van de natuur te bereiken is het installeren van luchtwassers en andere technieken op veestallen, zodat daaruit minder stikstof kan ontsnappen. Boeren kunnen daarvoor sinds dinsdag subsidie aanvragen. De komende tien jaar is er tweemaal per jaar een subsidieronde; in totaal is er 172 miljoen euro beschikbaar. Een andere maatregel is het elektrisch taxiën van vliegtuigen, zodat ze van en naar de start- en landingsbaan geen uitlaatgassen produceren.

Milieuorganisatie Mobilisation For The Environment (MOB), die de zaak bij de Raad van State aanspande, wijst erop dat het kabinet met ‘50 procent van de gevoelige natuur verbeteren’ een heel ander doel voor ogen heeft dan waarvoor natuurorganisaties pleiten, namelijk: 50 procent minder uitstoot in Nederland. Die maatregel leidt er volgens Wagenings onderzoek toe dat nergens de stikstofnorm meer wordt overschreden.
Het stoort MOB dat de regering er niet voor kiest de meest gevoelige gebieden te beschermen. Door nadruk te leggen op hectares en niet op kwetsbare soorten, geeft de regering volgens MOB “waardevolle sterk bedreigde natuur grotendeels op”.

Emiel Hakkenes
https://www.trouw.nl/duurzaamheid-natuur/ook-de-nieuwe-stikstofaanpak-maakt-veel-natuur-weinig-beter~b56991f6/

Natuurbeleid in Nederland: een hek om een lapje groen zetten en de rest van het land volbouwen


De Correspondent op bezoek bij een boswachter op de Strabrechtse heide bij Eindhoven.
“Door verstoringen van buitenaf moeten boswachters als Jap Smits meer en meer extreme beheermethodes inzetten. Aanpalende industrieën en veehouderijen stoten grote hoeveelheden stikstof uit, en bodems raken verzuurd. Veel planten en dieren kunnen daar niet meer in en op leven.”
Met hier en daar plaggen en gras afbranden probeert men de heide te redden. Sinds de jaren zestig hebben we in Nederland ‘natuurbeleid’. Kwetsbare, versnipperde postzegels groen worden met wetten beschermd, maar intussen kan de vervuilende buitenwereld zijn gang blijven gaan. Dat verstoort op veel plekken het natuurlijk evenwicht. Is dat beleid? (Dit verhaal is ook te beluisteren.
Met hier en daar plaggen en gras afbranden probeert men de heide te redden.

Lees het hele artikel via onderstaande link

https://decorrespondent.nl/11074/natuurbeleid-in-nederland-een-hek-om-een-lapje-groen-zetten-en-de-rest-van-het-land-volbouwen/5593484730988-6856faf1

Journalist, gespecialiseerd in Nederlandse natuur

Jan VAN POPPEL